Ik weet niet hoe goed ik begreep wat MS precies inhield toen ik te horen kreeg dat dat de reden was waarom mijn beste vriend al maanden op bed lag als een dood vogeltje. Maar ik kan me nog herinneren dat ik dacht: “Mooi zo, geen kanker.”

 

Ondertussen praat ik over bijna 15 jaar geleden. Op dat moment maakte ik deel uit van de Nederlandse Judoselectie en sportte zo’n twee keer per dag. Ik leerde hem kennen in de 4e klas van de middelbare school en het klikte meteen tussen ons. Wij hadden exact hetzelfde scala aan eigenschappen: 1. We waren beleefd, welbespraakt en goed opgevoed. 2. We liepen over van rottigheid, arrogantie en waren verschrikkelijk bijdehand. Deze eigenschappen compenseerden elkaar enorm en dat bood ons de ruimte om veel narigheid uit te halen en onszelf er net zo makkelijk weer onderuit te praten. Wij hadden elkaar gevonden en daar waren de meeste docenten niet heel blij mee.

 

Onze vriendschap werd in een hoog tempo enorm hecht. Ik was kind aan huis bij zijn ouders en hij op zijn beurt bij die van mij. Doordat ik zo enorm serieus bezig was met mijn vechtsport was er voor mij in het weekend niet altijd ruimte voor feestjes. Een leuke anekdote is dat hij mij af en toe, zonder af te spreken, kwam ophalen om op een zaterdag de stad in te gaan om een biertje te drinken. Later hoorde ik dat mijn moeder hem had gebeld om mij mee te nemen, omdat ik anders alleen maar aan het trainen was.

 

Alles veranderde vanaf het moment dat zijn moeder mij belde om te vertellen dat hij niet op school zou zijn die dag. Hij had de hele nacht overgegeven en lag volledig voor Pampus. Deze boodschap maakte niet heel veel indruk op mij, omdat we dit allemaal wel eens hebben. Ik reed uit school gelijk langs zijn huis om te kijken of hij alweer in staat was om te gamen. Ik kan niet beschrijven wat het is geweest, maar ik weet nog heel goed dat ik hem zag liggen en zeker wist dat dit niet zomaar een griepje was. Wat het wél was, wist ik natuurlijk ook niet en ik was ook niet gelijk in paniek, maar het zag er wel vreemd uit. Zo slap was hij namelijk nooit. Sterker nog, we hadden de dag ervoor nog gewoon gedaan wat we altijd deden, namelijk fitnessen en gamen. Ik zat wat tegen hem te ratelen over school en dat er weer iemand klappen had gekregen op het schoolplein. Maar een reactie bleef uit. Dag na dag zat ik na schooltijd naast zijn bed. Maar er verbeterde weinig en doktoren kwamen er niet uit wat het nou precies kon zijn. Dagen werden weken en weken werden maanden. We hebben van alles voorbij horen komen, onder andere de ziekte van Lyme en de ziekte van Pfeiffer.

 

Na twee keer verkeerd gediagnosticeerd te zijn, bleek het uiteindelijk MS, Multiple Sclerose. Ik dacht: “Mooi zo, geen kanker.” Hij en ik hadden allebei geen idee wat het precies betekende. Maar toen we er ons eenmaal iets meer in verdiepten, hij kreeg natuurlijk de nodige informatie op zijn bord in het ziekenhuis, bleek het allemaal toch wel heel heftig te zijn. De familie om hem heen begreep het maar al te goed en aan hun reacties te zien begreep ik langzaam de ernst van de situatie.

 

Als ik nu terugkijk op die periode denk ik persoonlijk dat het ziek worden van hem niet eens de meeste indruk heeft gemaakt op mij. Laat voorop staan dat ik daar echt tot op de dag van vandaag heel erg door geraakt ben. Maar wat ik probeer te zeggen is dat de manier waarop de familie en vriendenkring reageerden en de manier hoe hij er mee om gaat, dat is wat indruk op mij maakt. Daar waar hij diegene is die kampt met de ziekte, de twijfels en de angst, is ook hijzelf degene die iedereen er al jaren doorheen sleept. Niet andersom. Natuurlijk is iedereen er altijd voor hem. Alhoewel, niet iedereen.

 

We zijn er wel achter gekomen wie je echte vrienden zijn, maar dat is weer een ander verhaal. Maar natuurlijk bieden we steun waar dat nodig is, alleen bleek het vaker andersom het geval te zijn. Hij was diegene die tegen ons zei: "Jongens, zolang ik nog kan doen wat ik wil doen, heb ik geen MS. We gaan niet met elkaar zitten huilen terwijl we gewoon verder kunnen gaan waar we gebleven waren.” En het is echt geen ontkenning. Hij weet precies wat er gaande is en hij en wij houden er rekening mee waar dit echt nodig is. Maar hij laat het geen leidende rol in zijn leven spelen waar dit niet nodig is. Hij zegt altijd dat het enige verschil is dat we nu nóg meer moeten genieten van de dingen die we doen, grote en kleine dingen. We moeten hierover praten en beseffen dat we het goed hebben. "En dat ik nou toevallig MS heb wil niet zeggen dat ik mezelf dan ga beperken.”

 

Ik weet niet of ik zo sterk in mijn schoenen zou staan zoals hij dat doet. En alleen al daarom (en natuurlijk nog honderden andere goede redenen) wil ik mijn naam, hulp en steun verbinden aan het Nationaal MS Fonds. Ik kan niet oordelen over de status van anderen die kampen met MS en ik kan niet zorgen dat iemand beter wordt en ik kan ook geen nieuw medicijn maken. Wat ik wel kan is mijn (ons) verhaal en ervaringen delen met u, de media en iedereen die er naar wil luisteren. Op mijn beurt kan ik weer luisteren naar u en als we elkaar op die manier een klein beetje kunnen helpen en motiveren, dan is dat pure winst. Op deze manier krijgen wij, of beter nog, krijgt u en ook de ziekte hopelijk meer aandacht. Hopelijk leidt dat tot betere onderzoeken, betere hulp en, indien nodig, nog meer steun.

Alex -Kraantje Pappie- van der Zouwen, Hiphopartiest